sinds enkele jaren komt Anne Zernike voor in de vrouwelijke canon van het blad OPZIJ. Daarin wordt gemeld dat zij in 1911 de eerste vrouwelijke voorganger is in Nederland.
sinds een aantal jaren is mevrouw Froukje Pitstra bezig met een studie die zich richt op de biografie van Anne Zernike: "een vrouw in het wondere ambt". In het jaar 2013 wil zij promoveren op deze biografie aan de universiteit van Groningen.
Ter gelegenheid van het Doopsgezinde jubileum- en gedenkjaar (o.a. 100 jaar 1e vrouwelijke voorganger in Nederland) wordt (uiteraard) veel aandacht aan het leven en werken van Anne (Mankes-)Zernike besteed. Dat gebeurt onder meer door publicaties over haar in
-
Doopsgezinde Bijdragen, met een verhaal van Froukje Pitstra en Annie Rekker - van der Werff
-
jaarboekje 2011 van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit,
-
het lied "Frijfochten froulik" voor en over Anne Zernike, geschreven en gecomponeerd door resp. Eppie Dam en Hindrik van der Meer,
-
een artikel in de glossy MENNO
In dit deel van de website worden de geschreven herinnering uit kranten, tijdschriften en boeken bij het leven en werken van Anne Zernike weergegeven.
Ook wordt ingegaan op de rol en functie van de vrouwelijke voorgangers. Het was de tijd dat ook Anne Zernike constateerde dat de vrouw blijkbaar een bijzondere positie had binnen het beroep van voorganger in een gemeente. Hoewel ze zelf géén onderscheid maakte tussen mannen en vrouwen. Ook binnen de Doopsgezinde Broederschap en later de Remonstrantse Broederschap werd het natuurlijk en gewoon gevonden dat het ambt van voorganger aan beide seksen was en is toegestaan. Pas in de jaren '60 van de vorige eeuw was 'een vrouw in het ambt' ook aanvaard binnen de Nederlands Hervormde kerk. In het haar 2011 is de eerste vrouwelijke voorganger bevestigd binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) - zie hiernaast.
De biografie "Een vrouw in het wondere ambt" biedt ook inzicht in de herinneringen over en aan haar.
Bovendien wordt ingegaan op reactie die gemeenten en anderen hebben opgeschreven in de loop der jaren.


HERINNERINGEN AAN DE BEROEPEN IN BAARD EN MENSINGEWEER
In het jaarverslag 1911 van de Doopsgezinde gemeente Baard meldt de secretaris het volgende:
"..... onze gemeente is beroepen de eerste vrouwelijke predikante in Nederland. Deze gebeurtenis is te belangrijk dat ze in de eerste plaats genoemd moet worden. Doch hierover later meer. (…).
Het kerkbezoek bleef middelmatig: ’t bedroeg gemiddeld 30, een cijfer dat natuurlijk veel te laag is. Slecht éénmaal werd hierop een zeer gunstige uitzondering gemaakt. ’t Was bij gelegenheid van het optreden van Mej. Zernike, hierboven bedoelt. Niet alleen uit Baard, maar ook van elders waren de “hoorders” afgekomen, ten getale van bijna 200. ’t Valt moeilijk te constateren of dit is louter nieuwsgierigheid dan wel belangstelling in het eerste optreden eener vrouw op den kansel. Te betwijfelen valt het zeker, wanneer steeds door vrouwen den dienst wordt waargenomen, de opkomst altijd boven verwachting zal zijn. Indien dit zoo ware dan…., maar laat ik hierover verder niet uitweiden......"
In haar memoires "Een vrouw in het wondere ambt" meldt ze hierover het volgende:
"....... Ik nam de omgeving nauwkeurig in me op: ‘Baard, op de Friese weidegrond, ten westen van de lijn Stavoren-Leeuwarden en Mensingeweer, een eind te noordwesten van Groningen, in het zeekleigebied. In beide dorpen voelde ik me vreemd en verlaten; de weg, die ik vanaf de stationnetjes, waar ik uit de trein was gestapt, in ik weet niet meer met welk vehikel moest afleggen om die dorpen te bereiken, had me eindeloos geleken. Mensingeweer was welvarender dan Baard. De tarwe rees hoog en goudgeel uit de vette grond; bij het kerkje stonden enige glimmende sjezen. Voordat de boeren daar na de godsdienstoefening weer in klommen, gingen ze in de herberg, vlak tegenover de kerk, een borrel drinken. Ze sloegen mij, meen ik, een likeurtje voor. Ik wenste me mijlen ver en toen ik enige weken later het beroep kreeg, heb ik geen ogenblik geaarzeld en bedankt. De boeren in Baard waren eenvoudiger en de kerk betekende er meer voor hen. Maar toen ook zij een beroep op me uitbrachten, vreesde ik toch me nooit thuis te zullen voelen tussen die stoere, zwijgzame mensen in dat boomloze dorp.
Ik bedankte ook voor Baard.......".


VERSLAG UIT DE KRANT OVER DE INTREDEDIENST IN BOVENKNIJPE
In de Leeuwarder Courant van 8 november 1911 staat het volgende bericht.
De eerste vrouwelijke predikant
Naar aanleiding van de intrede van Mej. A. Zernike als predikant bij de Doopsgezinde gemeente te Bovenknijpe wordt nog aan de N. Rott. Crt. geschreven: “Mej. Zernike te hooren preeken, geeft indruk, dat de vrouw even goed geschikt is voor het predikambt als de man. Ik denk voor het oogenblik niet aan de andere werkzaamheden die het deel van den predikant zijn, niet aan catechisaties, begrafenissen enz. De ervaring zal het leeren of ook hier de vrouw op haar plaats is Ik zou haast wel durven beweren dat het ziekenbezoek nog beter aan een vrouw toevertrouwd is dan aan een man. Wel conservatief zijn, dunkt mij de kerkgenootschappen geweest en wij weten het ze zijn liet nog: immers alleen de Doopsgezinde Broederschap heeft hare poorten voor de vrouw als prediker geopend, wel conservatief dat de vrouw nu eerst de gelegenheid wordt gegeven hare krachten en gaven op den kansel te ontplooien . Het zal zeker voor menschen die nog zweren bij de letter van den Bijbel onmogelijk gelijk zijn, een vrouw tot het predikambt toe te laten: waar een woord uit Timotheus luidt: dat de vrouw niet toegelaten wordt, dat zij leere, dat zij in stilheid zij.
Alleen daar, waar de geest der vrijheid waait, is vrijheid mogelijk.
Of velen Mej. Zernike zullen volgen, de tijd zal het leeren. Dit is althans zeker, dat met Mej. Zernike een vrouw het predikambt heeft aanvaard, die eene waardige voorgangster en baanbreekster kan worden genoemd. Haar optreden is aantrekkelijk. Het is eenvoudig en waar. Een vrome toon klinkt door in haar keurig gesproken woord. Zij beschikt over een helder stemgeluid en haar voordracht is kalm en waardig. Men zou haar hoorende, niet zeggen, dat een proponente haar intrede doet zoo vast en verzekerd spreekt zij. Er is in haar voordracht niet van het gejaagde en zenuwachtige dat dikwerf jeugdige prediking kenmerkt. Hartelijk en vriendelijk klonk telkens haar stem, vooral bij de toespraken, inzonderheid tot hare familie. Haar tekstwoord was Jeremia 31: 33b en 31a. en het woord dat zij in den beginne voorlas was het voor deze gelegenheid zoo geschikte hoofdstuk 1 Kor 12.


EEN VROUW IN HET WONDERE AMBT
Anne Mankes-Zernike schrijft haar biografie in de jaren nadat ze haar werkzaamheden heeft beëindigd. In 1956 verschijnt haar biografie "Een vrouw in het wondere ambt". Ze blikt daarmee terug op haar leven.
Als jong meisje wist Anne Zernike al dat ze theologie wilde gaan studeren, zo blijkt uit haar biografie.
‘Het was in de eerste jaren van deze eeuw, dat ik, nauwelijks vijftien jaar oud, mijn ouders te kennen gaf predikante te willen worden. Het lijkt, achteraf beschouwd, haast een uitdaging te zijn geweest aan hen, die ons, hun kinderen, altijd hadden verzekerd: jullie moogt worden wat je wilt. Zij wisten wel, dat de godsdienstlessen aan de Vrije Gemeente mij boeiden en dat ik ’s zondagsmorgens graag naar de prediking luisteren ging. Maar dat gevolg hadden zij niet verwacht. Zij toonden zich overigens weinig verbaasd en verzetten zich niet. Mijn vader geloofde, naar mij later is gebleken, weliswaar geen ogenblik aan de mogelijkheid, dat ik ooit een plaats als predikante zou krijgen; maar hij had een onbeperkt vertrouwen in de waarde van studie’.
... LATER MEER ..

DE EERSTE VROUWELIJKE AMBTSDRAGERS BINNEN DE DOOPSGEZINDE BROEDERSCHAP
In 1907 liet de eerste vrouwelijke student zich inschrijven aan het Seminarium.
Dit was Marie ten Bosch uit Voorburg, geboren 29 mei 1884. In 1913 studeerde zij af en kreeg zij de aanstelling tot proponent. Zij besloot evenwel zich niet beroepbaar te stellen. De reden van dit besluit is onbekend.
In 1909 kwam Anne Zernike met het verzoek om als studente toegelaten te worden tot de opleiding. Zij had al een aantal jaren theologie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Door haar studie aan de Universiteit kreeg zij vrijstelling van het examen Bijbelkennis en na het onderdeel ‘proeven van voordracht’ werd zij als studente toegelaten.
In 1912 meldde zich pas de derde vrouwelijke student t.w.: Metje Tjitske Gerritsma uit Heerenveen. Haar afstudeerscriptie droeg de titel: ‘De godsdienst van Tolstoi’.
Eveneens werd in 1912 Henriette C. van Bruggencate uit ’s-Gravenhage toegelaten. Zij had in Leiden gestudeerd. Na haar studie is ze gaan werken als zendingspredikante voor het Genootschap der In- en Uitwendige Zending.
In 1913 traden opnieuw drie vrouwelijke studenten aan, t.w.: Johanna Maria Eelman, Jaqueline Louise de Eerens en Louise Irene Martens. Alle drie waren afkomstig uit ’s-Gravenhage.
Net als Metje Gerritsma was ook Anne Zernike onder de indruk van de geschriften van Tolstoi. Tolstoi kwam tot de overtuiging dat het bestaan van God bewezen noch weerlegd kon worden en dat de zin van het leven buiten het menselijk begrip lag. Hij meende dat het ware geloof slechts gevonden kon worden in een persoonlijke verhouding met de woorden van Jezus die de weg wezen voor een leven in vrede en nederigheid. Tolstoi verzette zich tegen het kerkelijk geïnstitutionaliseerde christendom zoals het in zijn tijd werd gepraktiseerd. In 1901 werd Tolstoi door de Russisch-orthodoxe kerk geëxcommuniceerd wegens zijn opvattingen betreffende religie en de staat. Voor Tolstoi waren dat de vijf geboden die hij uit de Bergrede gehaald had. Deze geboden waren:
1. Gij zult niet toornig worden op uw broer;
2. Gij zult geen vrouw aanzien om haar te begeren, en zult uw vrouw niet verstoten;
3. Gij zult in ’t geheel niet zweren, maar uw woord zij: ja, ja of nee, nee;
4. Weerstaat de boze niet;
5. Hebt uw vijand lief en bidt voor hen die u vervolgen
Zijn denkbeelden werden aan het eind van de negentiende eeuw in ons land geïntroduceerd.
.... LATER MEER......

ROTTERDAMS NIEUWSBLAD 30 MAART 1929:
Eerste steenlegging van de Vrijzinnig Kerk aan den Linker Maasoever
|

|
| De Vrijzinnige kerk aan de Linker Maasoever: "Het Nieuwe Verbond" |
"Donderdagavond, toen de zon reeds ter kimme was geneigd en de vreugde om den schoonen voorjaarsdag aan den hemel nagloeide, kwamen op den hoek van de Jagerslaan en de Ploegstraat in het verre Zuiden van onze stad, eenige menschen bijeen om getuige te zijn van een plechtige gebeurtenis.
Daar, in den violetten avondstond, tegen zevenen, zou de eerste steen worden gelegd van de kerk van de Vereeniging voor Vrijzinnige Religie aan den Linker Maasoever.
Aanwezig waren, behalve het bestuur van genoemde Vereeniging de predikanten dr. C. E. Hooykaas en ds. S.H.N. Gorter, mevr. Mankes-Zernike de besturen van de Vrijzinnig Religieuze Vereeniging en van den Protestantenbond benevens de architect die den bouw van de nieuwe kerk zal leiden, de heer J. Uyterlinde.
Dr. Hooykaas heeft een toespraak gehouden. Wij zijn, aldus spreker voor een vreugdevolle zaak bijeengekomen. Met voorspoed zijn de gelden bijeengebracht, die noodig waren om over te gaan tot de stichting van onze vrijzinnig-religieuze kerk aan den Linker Maasoever. Aan de firma Uyterlinde hebben we opdracht gegeven tot de uitvoering van dit werk. De hevige vorst heeft den arbeid enigszins belemmerd en eerst thans is het ijs uit den grond. Maar … ijs in den grond heeft nog niet beteekend ijs in de harten. Gelukkig zijn de harten warm blijven kloppen voor onze kerk.
Dat is o.a. gebleken uit de giften die ons bereikten. Mogen er nog vele giften komen, zoodat wij binnen eenge weken voor de kerk een kerkorgel kunnen laten bouwen, noodig ter begeleiding van onze liederen".

BESTUURSLID VAN DE VERENIGING van VROUWEN met ACADEMISCHE OPLEIDING
In 1918 – in de periode van de eerste feministische golf waarbij het ging om gelijke rechten voor man en vrouw – is de Vereniging van Vrouwen met Academische Opleiding (VVAO) opgericht door vrouwen die behoorden tot de eerste vrouwelijke studenten aan Nederlandse universiteiten. Vrouwen vormden in het universitair onderwijs toen nog een uitzondering. Er waren dan ook maar weinig vrouwen die in die jaren dankzij veel doorzettingsvermogen een academische graad hadden behaald. Het maatschappelijk engagement van deze vrouwen had een duidelijk emancipatoir karakter. Bekende VVAO-sters uit die beginperiode waren Aletta Jacobs (de eerste vrouw die aan een Nederlandse universiteit afstudeerde), Marianne van Herwerden (de eerste vrouwelijke lector) en Estella Simons en Clara Wichmans (juristen van het eerste uur). Ook dr. Anne Mankes-Zernike was lid van het eerste bestuur. Zij trad af in 1925.

BIJ HAAR OVERLIJDEN
Bij de begafenis in Eerbeek werd door Dr. R. Boeke een in memoriam gelezen.
Spreker memoreerde o.a. hoe Anne Mankes-Zernike tot het laatst voor een moderne theologie op de bres had gestaan. Ook werd een fragment gelezen uit een eigen geschrift, waarin pennevruchten van haar door de loop der jaren verzameld waren. Maar niet alleen uit wat zij te boek stelde, blijkt haar zelfbewuste geest. Wie haar gekend hebben, bewaren aan haar de herinnering aan een strijdbare vrouw, die de eerste is geweest van een stoet van honderden vrouwelijke predikanten die in deze eeuw in de dienst aan gemeenten zijn voorgegaan.

Anne Mankes-Zernike is op 30 april 1887 geboren in Amsterdam.
Ze is op 6 maart 1972 in Amersfoort overleden, bijna 85 jaren oud.

Heeft u vragen en/of opmerkingen, verstuur uw bericht aan info@annezernike.nl
