Jan Mankes: de echtgenoot van Anne Zernike

 

 

Op deze website uiteraard ook aandacht voor de relatie tussen Anne Zernike met de schilder Jan Mankes, haar echtgenoot, waarmee ze slechts een aantal jaren kon samenwonen.

 

Jan Mankes werd geboren in Meppel op 15 augustus 1889. Hij overlijdt in Eerbeek op 23 april 1920.

 

 

DE VROEGE JAREN

 

De vader van Jan is Beint Mankes, commies bij de belastingen. Zijn moeder is Jentje Hartsuiker. Het gezin telde drie kinderen: Popkje, Cornelis en Jan. Jan was vernoemd naar zijn grootvader aan vaders kant. Die was afkomstig uit het dorp De Knipe waar hij tot zijn dood in 1886 werkzaam was geweest als houtbaas en imker.

 

Jan Mankes bezocht in 1902 de driejarige HBS te Meppel. All in de eerste klas bleef hij zitten. Alleen het tekenonderwijs kon hem boeien. "Alle andere vakken zijn altijd onwezenlijk voor hem gebleven" schrijft zijn vrouw Anne Mankes-Zernike later in 1923 bij de uitgaven van een boek over Jan Mankes.

 

In 1904 wordt zijn vader overgeplaatst naar Delft. Direct daarna werd Jan Mankes als leerling op het atelier van de glasbrander-glazenier J.L. Schouten te Delft aangenomen. Daarnaast kreeg hij in zijn vrije tijd les van de schilder-glasbrander Hermanus Veldhuis. Jan volgt in de periode oktober 1905 - april 1906 vier avonden per week de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Zijn toenmalige baas, de heer Schouten, wilde dat zijn leerlingen kunstonderwijs zouden volgen. Op zondag liep hij vaak van Delft naar Den Haag om er de collecties van het Mauritshuis te bestuderen. Na enige jaren vond hij geen bevrediging meer in het werken 'op de fabriek' en koos hij op 18-jarige leeftijd voor een loopbaan als vrij kunstenaar. Dit laatste mede onder invloed van etser en lithograaf Antoon Derkzen van Angeren. Op de zolder van het ouderlijk huis aan de Molslaan 64 in Delft richt hij zijn atelier in.

Ook kreeg Jan contact met de glazenier en glasschilder Toon Berg (1877 - 1967). Door Berg was Jan in aanraking gekomen met zaken als vegetarisme, pacifisme en communaal grondbezit. Daarbij was hij gewezen op literair werk van Frederik van Eeden (De Blijde Wereld) en Tolstoi. Het had allemaal een diepe en blijvende indruk op Jan gemaakt.

 

 

DE KOMST NAAR DE KNIPE


Na de pensionering van zijn vader in 1909 verhuist hij met zijn ouders naar De Knijpe bij Heerenveen. De familie betrok een woning aan de Schoterlandse Compagnonsvaart, tegenover de Woudsterweg, de weg naar Oranjewoud en museum Belvedère. Die woning is in de jaren 30 afgebroken en vervangen door een nieuwe woning.

 

Dieren (vooral vogels) behoorden tot zijn favoriete onderwerpen. Vanaf het begin van zijn bezigheid als vrij kunstenaar was er belangstelling voor zijn werk. Bovendien ondervond hij sedert 1909 de steun van de Haagse kunsthandelaar J.C. Schüller, en via hem kwam hij in contact met A.A.M. Pauwels, een sigarenfabrikant uit Den Haag, die veel belangstelling voor zijn werk aan de dag legde. Pauwels zond hem per post of per bode alles wat hij voor zijn werk nodig had. Dit contact had een levendige briefwisseling tussen 1910 en 1918 tot gevolg. In de van de schilder bewaard gebleven brieven leest men hoe hij zijn vriend, mecenas en bewonderaar op de hoogte houdt van de gemaakte vorderingen en hem bedankt voor de voortdurend volgehouden zendingen.

 

Van groot belang was de kennismaking met Cornelis Gabes Gouma (1882 - 1926). Gouma was christen-anarchist, geheelonthouder en vegetariër en had zes jaar in een antroposofische gemeenschap in Italië gewoond. Gouma's levensvisie, die Mankes zeer aansprak, zijn kennis op het gebied van de beeldende kunst en zijn collectie kunstreproducties maakten Gouma tot een waardevolle en inspirerende vriend.

Jaren later scheef Anne Mankes-Zernike in haar biografie over Gouma: "Nooit heb ik iemand ontmoet, die zo slecht bij zijn omgeving paste als die mooie, lange man in zijn lichte sportkleding, met zijn blanke handen, zijn zachte stem en zijn elastische gang". Ook vermeld ze in de biografie het volgende: "Friese karakters zijn niet gemakkelijk te doorgronden, maar dwingen dikwijls eerbied af".

In 1912 leert Jan Mankes ook de schilder Chris Huidekopper uit Sloten kennen. Hij is een van de personen met wie Jan een nauwe relatie had en ook zijn visie op het leven kon/ging delen.


Van 1912 af gaat Jan Mankes zich met grafiek bezighouden: aan het einde van dat jaar weet hij een tweedehands etspers te bemachtigen. Onder invloed van het werk van de Japanse schilder en prentkunstenaar Hokusai, dat hij in 1913 onder ogen krijgt, zet hij zich aan het maken van houtsneden.

 

 

DE ONTMOETING TUSSEN JAN EN ANNE

 

In 1913 leert Jan Mankes zijn toekomstige vrouw kennen: Anne Zernike. Zij is in 1911 beroepen in de Doopsgezinde gemeente van Bovenknijpe. In de biografie "Een vrouw in het wondere ambt" staat over de eerste ontmoeting tussen Jan en Anne het volgende:

"Hij kwam al geruime tijd geregeld bij me in de kerk; door zijn uiterlijk, zo verschillend van dat der boerenzonen uit de streek, was hij me dadelijk opgevallen. Mijn kosteres, die haarfijn alles van iedereen wist, kon me alleen maar vertellen, dat hij sinds enige jaren in Benedenknijpe woonde en zo wat schilderen moest. Maar wat hij maakte wist ze niet, ze dacht niet veel bijzonders. Tjeerd en Tjerk Bottema, wier ouders ik in de Tijnje, niet ver van de Knijpe, wel eens had opgezocht, daar die nog steeds als leden van onze gemeente stonden ingeschreven, waren beroemd in de hele streek; evenals vooral ook Pier Pander. Die had met zijn woonschuit een tijd in de Compagnonsvaart gelegen en met eerbiedige bewondering sprak men over de ,Pier Pander tempel', in het Prinsenhof te Leeuwarden, die hij, naar ik meen, daar zelf had laten neerzetten, om een goede entourage te geven aan zijn beeldhouwwerk. Maar van de schilder Jan Mankes had niemand ooit gehoord. Hij noch zijn ouders waren lid van de Doopsgezinde Gemeente, waardoor ik er voorlopig niet toe kwam hem op te zoeken".

 

In die tijd is er - zeker ook door Jan Mankes - vaak sprake van de naam "Annie". Wellicht zijn er twee verklaringen voor het gebruik van de naam "Annie". Enerzijds doet de naam "Anne" veel denken aan een Friese jongensnaam, anderzijds is er mogelijk sprake van het gebruik van de naam "Annie" als koosnaam, gebruikt door een verliefde Jan.

Ook komt vaak de naam "Anna" voor. Dat zal wellicht dezelfde reden kunnen hebben; in dit geval is Anna "hollandser" dan het meer Friese klinkende Anne.

 

 

DE JAREN IN DEN HAAG EN EERBEEK

 

Anne en Jan trouwen in 1915. Na hun huwelijk wonen zij eerst enige tijd in een woning aan de Douzastraat 18 in Den Haag. Hier hebben ze uitzicht op de duinen. Via bemiddeling van de heer Pauwels kunnen ze deze woning betrekken. Jan Mankes wil graag de zee en het strand schilderen om nieuwe thema's te schilderen. Bovendien wilden Jan en Anne graag naar de stad vanwege de grotere culturele mogelijkheden.

 

In hun nieuwe huis in Den Haag komt de kunstenaar Chris Lebeau kennis maken. Hij kende het werk van Mankes al een tijd en koesterde er grote bewondering voor. Mankes schrijft naar aanleiding van deze eerste ontmoeting in ee brief aan zijn vriend Gouma: " Daarbij is hij heerlijk idealistisch, gneiet geweldig van alles wat hij mooi vindt en organiseert avondjes waarop enkele geniale artisten komen en iets geniaals op het gebied van dansen, muziek en schilderijen gegeven wordt. Daarom gaan we nu vanavond naar zoo'n avondje toe en hangen er mijn schilderijen tentoongesteld..."

Eind januari 1916 vertonen zich de eerste verschijnselen van tuberculose bij Jan. Hij moet twee maanden in bed blijven. Eind mei is hij weer enigszins opgeknapt. toch bleek zijn gezondheid niet sterk te zijn zodat besloten wordt de zeelucht te ruilen voor de boslucht. 

 

In september 1916 verhuizen zij naar Eerbeek in Gelderland en betrekken de woning aan de Dr. Gunningstraat nummer 13. Een vrijstaande woning op een grote kavel en een ruim uitzicht. In Eerbeek raken Jan en Anne bevriend met de zoöloog professor Weber, die af en toe iets koopt van Jan Mankes' werk. In de winter van 1917 - 1918 wonen Chris en Ditte Lebeau een maand lang bij hen in Eerbeek. "We hebben het ruim een maand lang gezellig met hen gehad en veel gelachten",  schrijft Anne in haar herinneringen.  

 

Het jaar 1918 was in meer dan één opzicht een belangrijk jaar voor hetr echtpaar Mankes. In maart 1918 wordt hun zoon Beint geboren en in oktober 1918 promoveert Anne tot doctor in de theologie.

 

Jan Mankes heeft intussen nog steeds contact met de heer Pauwels. Ook heeft hij contact met mevrouw Annie van Beuningen - Eschauzier die hem regelmatig in Eerbeek opzoekt. Zij is een trouwe kunstverzamelaar. Op 10 januari 1920 schrijft hij haar: "Wat kan een Augustusdag stoffig en nuchter zijn. Je zou op zoo'n dag jezelf weg willen maken om alle ellendigheid, die op je in tracht te dringen. Maar je weet: de serene avond komt en de kievit klinkt over de lage landen. Je loopt in den dauw en ziet de koeien-ruggen en de wademende boomen. en de gedachte aan dat alles heiligt dien fellen Augustusdag, en je gaat er niet op foeteren en schelden, en je tracht hem niet te veranderen en te verbeteren, maar je zoekt een stil schaduwijk hoekje ergens op een verlaten deel hier of daar en je wacht en je weet, dat 't komen zal. De natuur verbergt niets, maar geeft alles; en die Augustusdagen, ze moeten er ook zijn in onze geestelijke gemeenschap. Maar de winterstormnachten ze zullen ook komen en de lieflijke Mei-ochtenden en de avonden, die niets dan innigheid zijn. Alleen die verdieptheid, die we krijgen door alle uitersten met elkaar te doorleven, kan ware vriendschap doen ontstaan. Zal het lot ons verooloven al die fasen te doorlopopen?".

 

Aan het eind van het jaar 1919 wordt Jan Mankes bedlegerig. Hij overlijdt op 23 april 1920 te Eerbeek, nadat hij gedurende deze laatste periode van zijn ziekte ook nog enkele maanden in een revalidatieoord in Nunspeet is geweest.

 

Chris Lebeau maakt de grafsteen die hij zelf uit een steengroeve in België had gehaald, nadat hij de stenen die in Nederland voorhanden waren, had afgekeurd. De grafsteen ligt op de

 

 

ZIJN NALATENSCHAP

 

Zijn gehele oeuvre, ontstaan tussen 1907 en 1918, omvat ongeveer 150 schilderijen, merendeels op kleine formaten, een 100-tal tekeningen en ruim 40 bladen grafiek, voornamelijk etsen en houtsneden.

 

Na zijn overlijden zijn er diverse tentoonstellingen gemaakt en boeken en catalogie verschenen.

Het eerste boek over het werk van Jan Mankes verscheen al in 1923. Geschreven en samengesteld door Anne Mankes - Zernike en Rik Roland Holst. 

Als laatste is in het jaar 2007 uitgebreid aandacht besteed aan het leven en werken van Jan Mankes. Enerzijds de reizende tentoonstelling (Assen, Arnhem en Spanbroek) "Het Mankesperspectief". Anderzijds de tentoonstelling in museum Belvedère in Heerenveen (vlakbij/aan de Woudsterweg in De Knipe) waarin de Friese jaren van Jan Mankes worden belicht.  

 

 

Heeft u vragen en/of opmerkingen, verstuur uw bericht aan info@annezernike.nl

 

 

 

 

zelfportret Jan Mankes

 

Voor meer informatie over Jan Mankes wordt verwezen naar andere internetsites: zie pagina LINKS

 

vanuit het ouderlijk huis aan de Schoterlandse Compagnonsvaart

in De Knipe

 

 

bomenrij Woudsterweg 

 

 

portret van Anne in Eerbeek

 

uitzicht uit atelier in Eerbeek

 

 

de gezamenlijke grafsteen

bovenaan JanMankes

onderaan Anne Mankes-Zernike

 

 

 

gedenkmonument Jan Mankes

in De Knipe

voorstelling bomen Woudsterweg

 

 

Anne Zernike (1887 - 1972)

 

links

Jan Mankes

activiteiten

herinneringen

leven en werken

startpagina